Home Kennis over netten Phase to Phase kalender Kalender 2016 Le fée électricité

2016 – Le fée électricité

Onderwerp van de kalender van 2016 was <em>La fée électricité</em>, een wandschildering die in het <a href="http://www.mam.paris.fr/"><em>Musée d'Art Moderne de la Ville de Paris</em></a> te zien is. <em>La fée électricité</em> (het elektriciteitssprookje) is door Raoul Dufy voor een van de paviljoens op de Wereldtentoonstelling van 1937 geschilderd. De schilder zag elektriciteit als de godin van de moderne tijd; in zijn zwierige, kleurrijke stijl schetst hij in grote lijnen de geschiedenis van de elektriciteit. Vanuit de coulissen zien de goden op de Olympus met lede ogen aan dat de mensheid het zonder hen kan stellen. Het maken van een schilderij van deze grootte (60 x 10 meter) stelde Dufy voor de nodige problemen, maar hij slaagde er in om binnen 10 maanden tot een spectaculair resultaat te komen. Toen het werk gepresenteerd werd, was op de Wereldtentoonstelling helaas ook al de dreiging van de komende oorlogsjaren te voelen. Society-schilder Dufy had zich van het pessimisme van die jaren niets aangetrokken, waardoor wij nu ook nog kunnen genieten van zijn vrolijke schilderij.

La fée électricité

In 1937 kreeg de Franse schilder Raoul Dufy opdracht om een grote wandschildering te maken voor het Palais de la Lumière et de l’Electricité op de Exposition Internationale des Arts et Techniques dans la Vie Moderne. In 10 maanden tijd realiseerde hij La fée électricité, een werk van 10 meter hoog en 60 meter breed.

Het schilderij schetst de geschiedenis van de mensheid, van de oude Grieken tot aan de nieuwste ontdekkingen en uitvindingen.
Omdat mensen zagen dat de natuur zich aan bepaalde wetten houdt, waren de goden wellicht toch niet almachtig.

De Rerum natura

Het onderwerp van het schilderij is met name de geschiedenis van elektriciteit. Dufy liet zich daarbij inspireren door het gedicht De Rerum natura (Over de aard der dingen) van Lucretius. In zes boeken verklaart de Romeinse dichter de natuur volgens een Epicurisch wereldbeeld.

Epicurus meende dat alles in het universum – sterren, de aarde, mensen, planten, maar ook goden – opgebouwd is uit atomen die door elkaar heen bewegen. De wereld was niet geschapen door een godheid, maar ontstaan door het toevallig botsen van atomen.

109 savants

Op de onderste helft van het schilderij zijn de 109 wetenschappers, filosofen en uitvinders geportretteerd, die het meest bijgedragen hebben aan de ontdekking en ontwikkeling van elektriciteit.

Rechts begint het met Thales en Aristoteles, daarna zien we de Italianen Galilei en Da Vinci. Nederland is vertegenwoordigd met Stevin en Van Musschenbroek. Als laatste, en als enige vrouw, is Marie Curie afgebeeld. Chauvinisme is Dufy niet vreemd: er staan allerlei obscure Fransen op, maar iemand als Tesla ontbreekt.

De Rerum natura voltooid

Volgens Lucretius werd de mens door het geloof in goden een angstig wezen: bang voor rampspoed en bang voor de dood. Kennis van de wetten van het universum bevrijdde je daarvan: ‘de dood is niks’. Evengoed eindigt De Rerum natura abrupt, omdat Lucretius stierf voor hij zijn werk kon afronden.

In zekere zin probeerde Dufy Lucretius’ gedicht te voltooien; hij breidde het uit tot in de tegenwoordige wereld en bouwde een tempel voor de elektriciteit, godin van de moderne tijd.

Collage

Het schilderij is een collage van talloze losse fragmenten, bestaande uit levendige lijntekeningen in combinatie met grote, transparante en heldere kleurvlakken. Dufy maakte gebruik van een speciaal ontwikkelde sneldrogende, matte verf met transparante pigmenten.

Een schilderij van deze grootte is niet in één keer te overzien; het lijnenspel neemt de blik van de toeschouwer mee en het kleurgebruik ondersteunt het verhaal. In de tijd van de antieken overheersen rustige, groene, gele en okerkleurige tinten. Geleidelijk aan sluit het kleurengamma aan op het nerveuze ritme van de moderne tijd. De basiskleur van het werk is blauw, volgens Dufy de enige kleur die ‘altijd zichzelf blijft’.

Gebrouilleerd

Dufy vroeg zijn broer Jean om hulp bij het enorme project. Alleen al de research was een gigantische klus. Zes maanden lang doorzochten ze bibliotheken, archieven en musea en bezochten ze staalfabrieken, scheepswerven en elektriciteitscentrales.

In een tijdelijk atelier in Saint-Ouen voltooiden Raoul en Jean en twee assistenten in nog geen vier maanden het schilderij, dat lange tijd het grootste ter wereld was. Raoul eiste na het voltooien van het werk alle eer voor zichzelf op en noemde de bijdrage van zijn broer niet één keer. Tussen de broers kwam het daarna niet meer goed.

Big business

Dufy bestudeerde illustere voorgangers in het werken op reusachtig formaat. Van Jacques-Louis David leerde hij de figuren eerst naakt te schilderen, voor ze in de mode van hun tijd te kleden.

Voor La fée électricité maakte Dufy eerst een model op schaal en daarvan liet hij foto’s maken. Door de foto’s vervolgens met een toverlantaarn te projecteren, konden Dufy en zijn medewerkers efficiënt doorwerken. Het schilderij is opgebouwd uit 250 geprepareerde multiplex panelen van 120 x 200 cm, die op een frame zijn bevestigd.

Kunst of kitsch

Raoul Dufy (1877-1953) was in de eerste jaren van de twintigste eeuw één van de meest vooraanstaande avant-gardisten in Parijs. Hij was niet erg stijlvast; aanvankelijk geïnspireerd door de impressionisten, werd hij eerst fauvist en experimenteerde vervolgens met het kubisme. In de jaren twintig ontwikkelde hij een eigen stijl, met een kleurrijk palet, een beweeglijke lijnvoering en een lichte toon. Zijn schilderijen en aquarellen, met society-onderwerpen als paardenrennen, zeilwedstrijden en concerten, waren erg populair bij het publiek.

Critici vonden Dufy’s levendige, zorgeloze schilderijen nogal oppervlakkig.
De kwaliteit ervan is over het algemeen inderdaad eerder esthetisch dan inhoudelijk: zijn kleurgebruik en lichte lijnvoering getuigen vooral van zijn plezier in het schilderen. Gertrude Stein – beroemd cultfiguur in het Parijs van de jaren twintig, die tout Paris in haar salon ontving – zei bewonderend: ‘Raoul Dufy is pleasure itself’.

Zeitgeist

Het hele schilderij, dat een feest is van vorm en kleur, ademt een optimistisch vooruitgangsgeloof: met inzet van techniek en menselijk verstand kan het met de wereld alleen maar beter gaan.

Dat niet iedereen op de Expo zo naïef was, was te zien in het Spaanse paviljoen, waar Picasso’s Guernica een macabere voorbode was van de Tweede Wereldoorlog. De tentoonstelling werd daarnaast overschaduwd door de prestigeslag van Nazi-Duitsland en de Sovjet Unie.

Praktisch tegelijk met de Expo begon in München de door de nazi’s georganiseerde rondreizende tentoonstelling Entartete Kunst.

Epicurus

Met De Rerum natura bracht Lucretius de filosofie van Epicurus onder de aandacht. Volgens Epicurus is het doel van het leven gelukkig te zijn. Daarbij hoort de staat van ‘ataraxia’ (onverstoorbaarheid). Een mogelijke bron van onrust is het idee dat de goden ons straffen als we verkeerd leven. Epicurus meende dat we daar niet bang voor hoeven zijn.

Hij stelde dat het universum oneindig is en gevuld met een oneindig aantal atomen. Epicurus (vaak aangehaald als de eerste atheïst) geloofde weliswaar in goden, maar hij meende dat zij niet op aarde ingrepen. Het waren wezens van buitengewoon fijne atomen, die ver weg in het universum leefden. Ook de mens en zijn ziel bestonden uit verschillende soorten atomen. Als we sterven, verspreiden de atomen van de ziel zich ‘als rook’. Daarom zei Epicurus dat het onzinnig is om de dood te vrezen: ‘zolang wij er zijn, is de dood er niet, en wanneer de dood gekomen is, zijn wij er niet meer’.

Joie de vivre

Volgens Epicurus ging het in de filosofie om persoonlijk geluk, het hoogste goed in het menselijk leven. Centraal stond het vermijden van pijn en verdriet. Epicurus zei dat je verder vooral genot moest nastreven. Vaak is dat als plat hedonisme geïnterpreteerd, maar Epicurus pleitte ook voor matigheid: wie met weinig tevreden is, geniet meer.

Epicurus vond dat de filosofie ons van onze angsten moest bevrijden, met name van de angst voor goden en voor de dood. Als de filosofie dat niet deed, was er geen reden haar serieus te nemen. Omdat het atomisme betekent dat alles mechanistisch verklaard kan worden, is er geen bedoeling achter het universum (en evenmin achter alle andere universums die steeds weer zullen ontstaan en vergaan). Alles is niet meer dan een toevallig samenstel van atomen. Omdat ook wij samen met ons universum uit elkaar zullen vallen, is er geen reden meer om bang te zijn.

De duisternis verdreven

Op diverse plaatsen in het schilderij speelt de Griekse godenwereld een rol. Zeus’ bliksemschichten zijn door de mens getemd in de techniek van de elektrische centrale; de snelheid van Hermes legt het af tegen de moderne trein en telegraaf: de goden op de Olympus zijn werkloos geworden.
De boodschapper der goden, Iris – dochter van de nymf Electra – kan alleen maar ontzet toekijken: elektriciteit is de godin van de nieuwe tijd.

Entrée libre

La fée électricité heeft een eigen zaal in het Musée d’art moderne de la ville de Paris. De toegang is gratis.

In de originele opstelling in Le pavillon de la lumière et de l’électricité was het schilderij in een grote zaal opgesteld in een flauwe bocht. Omdat in het museum in het Palais de Tokyo minder ruimte is, is het schilderij nu veel sterker gebogen dan het oorspronkelijk bedoeld was. Evengoed maakt het schilderij nog steeds een overweldigende indruk.

Naast La fée électricité bezit het museum ook werk van Matisse, Delauney, Bonnard en andere tijdgenoten. Het museum is, in Guide Michelin-terminologie, zonder meer méritant un détour en volgens de samenstellers van deze kalender zelfs valant le voyage.

Benieuwd naar de andere kalenders?
Bekijk het overzicht.